Vervanging F-16’s: Uit eerste hoorzitting blijkt dat huidige vloot 6 jaar langer kan vliegen

Op woensdag 18 april 2018 boog de commissie defensie zich in een eerste hoorzitting over de verschillende studies die zijn verschenen in het F-16 dossier. Het waren de legertop, de klokkenluider (de zogenaamde ‘Kolonel X’), vertegenwoordigers van de US Air Force en van Lockheed Martin (de fabrikant van de F16 en de F-35) die op deze eerste dag aan bod kwamen.

 

Wat hebben we geleerd?  

1)      Onze F-16’s kunnen minstens zes jaar langer vliegen

Vanwaar deze 6 jaar? De door producent Lockheed Martin gecertificeerde basis-levensduur van de “carrosserie” van het toestel (in het jargon: de design life) bedraagt 8.000 actuele vlieguren (AFH). Indien de F-16’s echter een ander vluchtprofiel uitgevoerd hebben dan men bij het initiële ontwerp van het toestel voor ogen had, dan dienen deze 8.000 actuele vluchturen omgerekend te worden naar equivalente vluchturen (EFH).

Om het uitgevoerde reële vluchtprofiel te bepalen gebruikt men de resultaten van meettoestellen op de F-16’s. Deze meten de belasting die de structuurcomponenten van ieder toestel bij zijn gebruik ondergaan. Deze belasting wordt uitgedrukt middels de ‘crack severity index’ (CSI). Deze ‘cracks’ zijn  de scheurtjes in bijvoorbeeld de romp of de vleugels. Wanneer de werkelijke belasting tijdens het ‘leven’ van een F-16 lager is dan deze gepland bij het ontwerp, dan is de CSI kleiner dan “1”. In klare taal betekent dit dat de jachtvliegtuigen minder belastende missies en trainingsvluchten uitgevoerd hebben dan gepland bij de ‘design’. Het omgekeerde, een CSI van méér dan “1”, kan zich ook voordoen. Bijvoorbeeld wanneer het toestel vele malen verwikkeld is geweest in luchtgevechten met vijandelijke vliegtuigen en zeer zware krachten heeft moeten ondergaan.

In de analyses van Lockheed van 26 april 2017 en 12 februari 2018 van de Belgische vloot wordt aangegeven dat onze F-16’s in feite een merkelijk lichter vluchtprofiel hebben dan dit dat vooropgesteld werd bij de design. De CSI van onze F-16’s sedert hun ingebruikname ligt gemiddeld genomen merkelijk onder de norm “1”. Lockheed kwam tot dit besluit op basis van de resultaten van de meettoestellen die vandaag reeds aanwezig zijn op een deel van onze vloot, de historische vluchtgegevens die door onze luchtcomponent zelf aangeleverd werden en door uitbating van de eigen simulatiemodellen.

De vertegenwoordigers van Lockheed bevestigden tijdens de hoorzitting hun bevindingen. Wat dus betekent dat onze F-16’s een AFH bezitten die zich een stuk boven de 8.000 situeert. Met name gemiddeld 9.500 actuele vlieguren voor onze vloot. Wat wil zeggen dat onze toestellen, mits ze de komende jaren verder op een vergelijkbare manier (250 AFH/jaar per toestel) gebruikt worden, eigenlijk 6 jaar langer kunnen vliegen dan steeds vooropgesteld werd door minister Vandeput en de luchtmachttop.

 

We leggen dit even stap voor stap uit.

 

De slijtagefactor oftewel severity factor, met name de belasting van onze F-16’s, wordt door Lockheed Martin voor onze vloot becijferd op 0,8. Hieruit kunnen we de ‘equivalente’ oftewel werkelijke vlieguren berekenen. Als we dit doen, krijgen we een ander resultaat dan de 8.000 uren levensduur die minister Vandeput, gesteund door de luchtmachttop, het publiek steeds voorschotelt.

 

De formule om de werkelijke vlieguren te berekenen is de volgende: 

Actuele Vlieguren x Slijtagefactor van de vliegtuigen = Werkelijke vlieguren ≤ Gecertificeerde levensduur

Minister Vandeput en de Belgische Luchtmacht blijven beweren dat de F-16’s in 2023 versleten zijn, dit omdat ze niet kijken naar de slijtage van het vliegtuig.

Formule Vandeput:

8000 actuele vlieguren x 1,0 slijtagefactor = 8000 werkelijke vlieguren  = 8000 uren levensduur

Maar zowel Jeff Gates als Thomas Jones bevestigen dat de slijtagefactor van onze F-16’s niet op ‘1,0’ ligt, maar op ‘0,8’ (zoals uit de studies van Lockheed Martin blijkt). Dit wil zeggen dat de Belgische F-16’s méér dan 8000 actuele vlieguren kunnen maken:

8000 actuele vlieguren x 0,8 slijtagefactor = 6400 werkelijke uren  < 8000 uren levensduur

Die 0,8 slijtagefactor betekent dat onze F-16’s minder belast zijn geweest dan vooraf gedacht en dat we binnen het huidige luchtwaardigheidscertificaat maximaal 10.000 uren (10.000 actuele vlieguren x 0.8 slijtagefactor = 8000 werkelijke uren) kunnen vliegen en dus 2.000 meer dan momenteel wordt beweerd door de minister. De 9.500 uren zoals aangegeven in studies van Lockheed Martin zijn dus correct, mocht daar al aan getwijfeld worden.

 

Kolonel Gates zei hierover het volgende in zijn hoorzitting (p.12):

I think the only difference between both memos that Lockheed Martin has put out was that Lockheed Martin gave an original severity factor in the 0.8 range and now they are giving a severity factor in the 0.6 range. That was the only contradicting and I believe that the second memo corrected the first.

So I don’t believe that the memos disagreed with each other.

Als we die 0,6 slijtagefactor van Kolonel Gates doorvoeren, kunnen onze F-16’s zelfs 13.300 uren vliegen. De ingenieur van Lockheed Martin, Thomas Jones, bevestigt de woorden van Kolonel Gates (p. 12):

I would agree with that and I think that’s where the confusion lies.

When you say “extend service life”, for me that is a SLEP. That is an extension of your certified service life. The memos we provided are talking about converting to equivalent flight hours.

Those are two very different things for me as an engineer.

 We are getting hung up on communication between you and me on what we understand those memos to be.

So, just to clarify, if you do convert to equivalent flight hours, you can fly further past 8000 hours in terms of actual flight hours. But the certified life of the aircraft is still that 8 000 hour certified life limit. But it’s because you have been driving more highway miles, to use the colonel’s analogy, that you can go a little further in your life.

Dit betekent dus dat onze F-16’s nog niet versleten zijn, minstens 1.500 uren extra kunnen vliegen en een eventuele vervanging pas binnen het tijdsvenster 2029-2035 moet gebeuren en niet, zoals steeds wordt gesteld, tussen 2023 en 2029.

Alle specialisten gaven wel aan dat dit langer gebruik pas effectief kan uitgevoerd worden wanneer de belasting op iedere toestel gemeten wordt en het onderhoudsprogramma enigszins bijgestuurd wordt. Dit betekent dat ieder van onze F-16’s uitgerust zou moeten worden met een nieuw type ‘flight recorder’ (Individual Aircraft Tracking – IAT). De totale kost hiervan wordt geraamd op 10 miljoen euro. Onze luchtmacht heeft deze reeds in zijn bezit, maar krijgt ze voorlopig niet aan de praat.

 

2)     Zes jaar langer vliegen met onze F-16’s bespaart ons 900 miljoen euro 

De chef van het vervangingsprogramma van onze F-16’s, Kolonel Harold Van Pee, stelt dat de financiële winst indien we onze toestellen 6 jaar langer in gebruik heel beperkt is. “Slechts” 30 miljoen euro per jaar, volgens hem. Dus 180 miljoen op 6 jaar. Het sop is met andere woorden de kool niet waard, ook al omdat we nadien toch nieuwe vliegtuigen moeten aankopen.

Is dit wel zo? Laten we daarom eens de officiële gegevens erbij nemen en de gebruikskosten van onze F-16’s vergelijken met deze van een nieuw toestel, de F-35. Voor deze laatsten baseren we ons op de meest recente gegevens van de Amerikaanse Rekenkamer, het Government Accountability Office (GAO).  Hieronder ziet u een uittreksel uit het GAO-rapport 18-75 uit 2017. De GAO raamt de totale sustainment costs voor 2.456 Amerikaanse F-35’s op 1.12 trillion USD, dus 18,7 billion (= miljard) USD/jaar. Per F-35 komt dit neer op 11,4 miljoen USD/jaar. Indien ons land 34 F-35’s zou kopen, zouden deze sustainment costs dus ongeveer 388 miljoen USD per jaar bedragen. Deze sustainment costs omvatten, onder meer, de uitgaven voor het vliegen zelf, de wisselstukken, het onderhoud, de fuel en de personeelskosten. Deze laatste kosten worden door kolonel Van Pee zelf voor het geheel van de Belgische luchtgevechtscapaciteit geraamd op 100 miljoen euro per jaar. Indien we deze personeelsuitgaven aftrekken van de 388 miljoen USD en het resultaat omrekenen in euro, dan komen we uit op een geraamd eindbedrag van 250 miljoen euro aan jaarlijkse werkingskosten voor een nieuw vliegtuig.

Stellen we deze 250 miljoen nu tegenover de actuele werkingskosten voor de F-16’s. Deze bedragen volgens luitenant-kolonel Decrop 80 miljoen per jaar; eveneens zonder de personeelskosten. Dit bedrag wordt bevestigd door de luchtmachttop, met inbegrip van kolonel Van Pee. De uitgaven zijn ten andere verifieerbaar in de uitgavenbegroting van Defensie die gestemd werd in het Parlement.  Luitenant-kolonel Decrop voegt bovenop deze 80 miljoen nog een jaarlijks bedrag van 20 miljoen toe voor de reguliere moderniseringen om het toestel verder operationeel tot de top te laten behoren. Kolonel Van Pee bevestigt ook de juistheid van dit bedrag. Wat dus betekent dat de jaarlijkse uitgaven om onze vloot van 54 F-16’s langer te laten vliegen neerkomen op 100 miljoen.

100 miljoen per jaar voor 54 F-16’s tegenover 250 miljoen per jaar voor 34 nieuwe toestellen.  Op 6 jaar betekent dit dus een besparing van 900 miljoen euro. En dit volgens de officiële documenten. Bovendien, en dit is toch ook wel een niet onbelangrijk gegeven, zouden we 6 jaar langer ons ambitieniveau kunnen behouden. Met name bijna tweemaal zoveel vliegtuigen inzetten voor buitenlandse missies. Voor een regering die prat gaat op de operationele “output” van Defensie en die dit argument ook steeds gebruikt wanneer we door de NAVO op de vingers getikt worden voor onze beperkte defensie-inspanning, zou dit toch wel een zwaarwichtig argument moeten zijn. Helaas baseert de regering zich op onjuiste cijfers en niet op de berekening van luitenant-kolonel Decrop die wordt bevestigd door cijfers van het Pentagon.

 

 

Conclusie: Onze F-16’s kunnen minstens 6 jaar langer vliegen en dit zal ons land 900 miljoen euro besparen. Daarenboven krijgen we zo 6 jaar de tijd om grondig het debat rond de toekomst van onze Defensie te voeren, alle opties rond de vervanging van de F-16 op tafel te brengen en het kostenplaatje op basis van correcte en objectieve informatie in kaart te brengen.

F-35 in Nederland: nu al toestellen geschrapt wegens te duur

In Nederland werd jaren geleden de totale investeringskost voor 37 F-35-gevechtsvliegtuigen vastgesteld op 4,6 miljard euro. Nederland voorziet in haar contract met Lockheed Martin dat het investeringsbudget voorlopig niet kan worden gewijzigd. Concreet betekent dit dat wanneer de F-35 goedkoper wordt, er meer toestellen kunnen worden aangekocht voor éénzelfde investering van 4,6 miljard euro. Omgekeerd betekent het natuurlijk ook dat een prijsstijging een negatieve impact op het aantal toestellen kan hebben. En wat blijkt?  De nieuwe staatssecretaris voor Defensie, Barbara Visser,  liet eind 2017 weten aan de Tweede Kamer dat er voorlopig slechts 34 van de 37 toestellen zullen worden aangekocht, omdat de aankoop van 37 toestellen te duur uitvalt.

De dollar is momenteel zo duur dat de Nederlanders de laatste drie toestellen niet kunnen betalen. Nederland stapte jaren geleden mee in het ontwikkelingsprogramma van de F-35, maar het programma heeft jaren vertraging opgelopen en de kosten om het toestel te ontwikkelen bleken veel hoger dan voorzien.

Niet alleen de aanschafkosten zijn onzeker, ook over de toekomstige werkingskosten kan men veel vragen stellen. Jaren geleden voorspelde men de kost per vlieguur voor een F-35 nog op  ruim 7000 euro. Intussen kost een uur vliegen 24 500 euro. Aanhangers van de F-35 verklaren graag dat dit bedrag nog zal dalen, maar op vandaag maken heel wat internationale Rekenkamers zich ernstig zorgen rond deze hoge werkingskost. Om die reden kiezen de Amerikanen een levensduurverlenging voor een groot deel van hun F-16 vloot en denken ze erover na om een nieuw, goedkoper toestel te ontwikkelen. Ter vergelijking: een uur vliegen met een F-16 kost om en bij de 5800 euro.

Ook de Nederlandse Algemene Rekenkamer hamert al jaren op het dichten van deze ‘kloof’ tussen middelen en ambities. De oplossing oogt simpel: de politiek kan aan twee knoppen draaien. Of de ambities drastisch verlagen zodat ze aansluiten op de beperkte middelen, of de middelen stevig laten toenemen, zodat zij passen bij de ambities.

Voorlopig kiest Nederland voor het eerste. Ondanks nieuwe investeringen in andere componenten binnen Defensie, houdt men het voorlopig op een beperkter aantal F-35’s. Op te merken valt dat Nederland met 37 toestellen al amper tegemoet kan komen aan het vooropgestelde militaire ambitieniveau, laat staan met 34 straaljagers. Met 37 toestellen hoopt de Nederlandse regering en Defensie vier stuks in te zetten voor internationale missies. De Nederlandse Rekenkamer betwijfelt of dit ambitieniveau wel haalbaar is. De berekeningen over de inzetbaarheid van 37 toestellen zouden niet helemaal compleet zijn. Nu de bestelling momenteel slechts 34 toestellen bedraagt, zal de inzetbaarheid in internationale missies mogelijks nog beperkter zijn, en laat dat net een vaak gehoord argument zijn voor de aankoop van F-35’s.

Canada: F-35 dossier liep grondig fout

Dossier F-35: Een lange historie

Het F-35 dossier zorgde voor heel wat controverse in Canada, jaren aan een stuk. Het dossier werd in de media een nationaal ‘schandaal’ en ‘fiasco’ genoemd. Zo steeg de prijs van 14,7 miljard Canadese dollar tot maar liefst 71 miljard Canadese dollar. De procedure was duidelijk vooringenomen, de keuze voor de F-35 werd reeds helemaal in het begin gemaakt. Uiteindelijk werd de aankoopprocedure geannuleerd, en begon de procedure opnieuw. Hieronder een tijdslijn van de verschillende fases in het dossier:

1997 Canada stapt mee in de ontwikkelingsfase van de F-35 gevechtsvliegtuigen
2006 De Canadese luchtmacht concludeerde dat de F-35 het meest kostenefficiënte gevechtsvliegtuig was om de Canadese noden in te willigen. Nochtans was er op dat moment slechts 1 testmodel en was er geen enkel bewijs dat het toestel goedkoop zou zijn om mee te vliegen. Defensie zelf had een duidelijke, en sterke voorkeur voor de F-35.
2008 Op 12 mei 2008 kondigde de Canadese Defensie aan dat de CF-18 vloot vanaf 2017 aan vervangen toe zou zijn.
2009 Defensie vroeg de Conservatieve regering toestemming om de F-35’s aan te kopen, maar dit werd geweigerd.
2010 Conservatieve Defensieminister Peter MacKay stelt dat Canada de F-35 zal aankopen. 90 minuten later kondigt hij aan dat hij zich versproken heeft en dat er een open competitie zal volgen. 6 weken later kondigde hij alsnog aan dat Canada 65 F-35’s zou aankopen. De regering voorziet hiervoor 9 miljard USD. De media verwijst naar de F-35 als ‘The flying credit card – with no prefixed spending limit’.

 

Zowel Boeing als Dassault stelden dat er geen eerlijke concurrentie was. Volgens beide zou hun toestel voldoen aan de Canadese noden, maar werden er nooit details opgevraagd. In december 2010 boden Eurofighter en Saab hun toestellen veel goedkoper aan dan de F-35, maar de Canadese overheid zei dat de F-35 de beste veiligheidsgaranties bood voor hun piloten.

18 nov 2010 Het Parlement houdt een debat over de motie (Liberalen) om de procedure meteen stop te zetten (®Motie)
Midden januari 2011 Ondanks verschillende aankondigingen van vertraging van de F-35 en de hogere kostprijs blijft de Canadese overheid dit vliegtuig sterk verdedigen. Ze verwijzen vaak naar de annulering door de Liberale partij van de EH-101 helikopters uit 1993.
Maart 2011 De Rekenkamer stelt dat het F-35 programma 30 miljard Canadese dollar zal kosten. De nationale Defensie had de prijs op 14,7 miljard geraamd. Minister van Defensie Peter MacKay reageert dat annuleren het leven van piloten in het gedrang kan brengen (al begrijpt niemand hoe).
13 maart 2012 Minister van Defensie Julian Fantino bevestigt dat Canada in het programma blijft maar dat andere opties worden onderzocht. Dit is een keerpunt in de communicatie naar aanleiding van de vele berichten over hoge kosten en technische problemen van de toestellen.
3 april 2012 De Auditor General of Canada bekritiseerd de regering omwille van de oneerlijke concurrentie in het dossier en de zwaar onderschatte kost. De regering besloot hierop om de verantwoordelijkheid weg te halen bij het departement Defensie. Het project wordt vanaf dan opgevolgd door ‘the Public Works and Government Services Canada’.  Alle F-35 investeringen werden bevroren.
5 april 2012 Blijkt dat de regering al maanden wist dat de kost voor de vliegtuigen het dubbel zou zijn dan voorzien. De regering heeft het Parlement en de bevolking, valse informatie gegeven. Het schandaal groeit. De regering dreigt het vertrouwen kwijt te geraken.
8 april 2012 Defensieminister Peter MacKay stelt dat er een verschillende interpretatie was van de totaalkost en dat er nog geen geld is uitgegeven. De procedure nu stopzetten zou wel betekenen dat tijd verloren gaat en dat industrie contracten kunnen verliezen.
9 april 2012 De regering wordt ervan beschuldigd 79 vliegtuigen te willen kopen in plaats van de voorziene 65. Men zou daartoe de aankoop opsplitsen om de kosten te verbergen.
28 april 2012 Nieuw lek: de regering had 2 documenten: 1 intern met hogere kostencijfers en 1 extern met lagere cijfers.
Mei 2012 Alan Williams publiceert een boek over de F35 procedure: “Canada, Democracy and the F-35”. Hierin stelt hij dat Defensie éérst het toestel koos, en daarna alle documenten op maat van dit toestel schreef.
24 mei 2012 Ondanks het feit dat de regering stelt dat de procedure wordt opengetrokken naar andere kandidaten, kondigt Lockheed Martin aan dat Canada de F-35 zal kopen.
Juni 2012 Nieuw lek: documenten tonen aan dat Defensie in 2011 wist dat de F-35 niet tijdig kon worden geleverd om de CF-18 vloot te vervangen.
September 2012 KPMG wordt aangesteld om een audit uit te voeren in verband met de kosten. Op 6 december lekt The National Post dat het KPMG rapport aanwijst dat de full program cost 45 miljard Canadese dollar zal zijn, het dubbele van de kostprijs die de regering steeds aangaf.
12 december 2012 De regering heeft het verslag van KPMG vrij, de kost loopt inderdaad op tot 45,8 miljard CAD. Gelijktijdig werd een rapport van de defensie industrie gepubliceerd, dat aantoont dat de Canadese industrie 9,8 miljard CAD kan terugverdienen, véél lager dan de kost van 45mia dus. De regering geeft aan ook andere kandidaten te overwegen (Saab, Dassault, Boeing en Eurofighter) en te bekijken wat de kost is om de levensduur van de CF-18 vloot te verlengen.
December 2012 Voormalige Defensiegeneraal Alan Williams stelt dat de regering blijft focussen op de ‘stealth’ capaciteit, en helemaal niet nadenkt over de eigenlijke noden van Canada. Zo komt automatisch terug bij de F-35 uit. Het is één grote spinningoperatie.
25 Januari 2013 Dassault, Boeing, Lockheed Martin, Saab en EADS krijgen een surveyvraag van de Canadese regering.
April 2013 Lockheed Martin laat weten dat de kost per toestel stijgt met 10mio USD per stuk. Wel beginnen ze ook campagne te voeren, bijvoorbeeld op bussen in Canada.
Mei 2013 Saab weigert deel te nemen aan de vervangingsprocedure.
Augustus 2013 Een onafhankelijke audit voorspelt dat de prijs per toestel intussen 95,2 miljoen USD zal zijn in plaats van de voorziene 75, en de recent door Lockheed aangekondigde 85 miljoen.
September 2013 De voorziene lifetime cost van de vloot is gestegen tot 71 miljard Canadese Dollar (ip 30!). Lockheed Martin laat weten dat de Canadese industrie 10,5 mia aan contracten zal verliezen indien de regering niet voor de F35 kiest.
27 oktober 2014 De Amerikaanse Luitenant-Generaal Chris Bodgan laat weten dat Canada 4 F-35 toestellen heeft aangekocht. De regering ontkent dit.
September 2015 Onderzoeker Michael Byers schrijft een rapport over de F-35 procedure in Canada betreffende de inflatie, olieprijs en hogere toestelkosten. Hij komt tot de conclusie dat Canada slechts 54 in plaats van 65 vliegtuigen kan veroorloven. Een andere optie zou zijn: een minder duur toestel aankopen. Het budget optrekken is onrealistisch, gezien de regering van premier Harper enorm had bespaard op het defensiebudget.
19 oktober 2015 De Liberal Party onder Justin Trudeau wint de verkiezingen en laat de aankoop van F-35 toestellen annuleren. Een nieuwe transparante procedure wordt uitgeschreven.

 

Volgens minister Vandeput moet F-35 kernkoppen kunnen dragen

De regering maakt van non-proliferatie graag een punt, bijvoorbeeld in het Regeerakkoord. Toch stuurt de minister van Defensie, Steven Vandeput, aan op het behoud van de nucleaire capaciteit van ons land. Dit blijkt – zwart op wit – uit een kabinetsnota met richtlijnen van de minister zélf.

  • Wat zegt de regering?

Het federale regeerakkoord bevat de volgende passage: “We blijven ijveren voor internationale initiatieven met het oog op een verbod of minstens een betere controle op wapensystemen met een willekeurig bereik en/of een buitensporig effect op burgers.”

  • Wat doet de regering?

Op 7 juli 2017 gaven 122 landen hun akkoord aan een verdrag dat kernwapens verbiedt. Het nieuwe verdrag verbiedt voor die landen het gebruik, het dreigen met gebruik, de ontwikkeling, de testen, de aanmaak, de verwerving, het bezit, de opslag en transfer van kernwapens. De overdracht van of de controle over kernwapens wordt onder het nieuwe verdrag expliciet verboden. Ook is eender welke vorm van assistentie bij kernwapenactiviteiten niet toegestaan. Vandaag zijn nucleaire wapens dus niet enkel immoreel, ze zijn ook effectief illegaal volgens het internationale recht.

De federale regering weigert dit verdrag te ondertekenen. Dit kan worden gezien als een dieptepunt voor ons land dat al decennialang een voortrekkersrol speelt inzake ontwapening.

  • Wat zegt de meerderheid?

Karolien Grosemans (N-VA) en Tim Vandeput (Open VLD), beide lid van de commissie Landsverdediging, lieten weten dat wat hun betreft de opvolger van de gevechtsvliegtuigen geen kernwapens moet kunnen vervoeren. Het federaal parlement verzocht de federale regering op 23 april 2015 bovendien “België absoluut stappen te doen zetten naar nucleaire ontwapening, in het raam van multilaterale onderhandelingen waaraan België actief blijft deelnemen om het eigen grondgebied helemaal kernwapenvrij te maken“.

  • Wat doet de meerderheid?

Op 24 januari 2018  stemt diezelfde meerderheid een resolutie van Dirk Van der Maelen en Alain Top weg. Deze resolutie vraagt af te zien van de wens om toekomstige gevechtsvliegtuigen uit te rusten met de mogelijkheid om kernwapens te vervoeren. Peter Buysrogge (N-VA) stelt in de commissievergadering dat elkeen wel tegen kernwapens is: “Maar dat betekent niet dat dit voorstel van resolutie zonder meer kan worden aangenomen”. De uitrusting van de toestellen met een nucleaire capaciteit is, volgens Peter Buysrogge, niet aan orde in het licht van de Request for Governmental Proposal.

  • Wat zegt de minister?

Minister Vandeput heeft altijd ontkend dat de nucleaire capaciteit een belangrijk criterium zou zijn bij de keuze voor een nieuw gevechtsvliegtuig: “Il n’est pas question du nucléaire pour le moment. Nous ne sommes pas dans cette phase du programme.” (13 januari 2016, de Kamer) en op 18 maart 2017 vraagt Het Belang van Limburg hem “moet de opvolger van de F-16 kernwapens kunnen dragen?” Zijn antwoord: “Het antwoord op die vraag is geen uitsluitingscriterium. Die vraag stellen we dus niet.”

  • Wat doet de minister?

Vandaag blijken – zwart op wit – dat de aankondigingen van de minister onwaar zijn. In een nota geschreven door het kabinet van de minister van Defensie in maart 2015 met richtlijnen van de minister zélf blijkt dat de nucleaire capaciteit wél heel belangrijk is en dat de keuze voor de F-35 in 2015 reeds werd gemaakt. De ganse aanbestedingsprocedure, waar oorspronkelijk vijf kandidaten aan deelnamen, is met andere woorden één grote show.

Volgende passages komen uit de kabinettennota:

  • “De gevechtsvliegtuigen zijn een bijzonder flexibel instrument gebleken voor de Belgische overheid en deze zullen dit in de toekomst ook blijven. Zij zijn via hun conventionele maar zeker hun nucleaire capaciteit de grootste bijdrage van de Belgische Defensie aan de ontrading van de NAVO.”
  • “De Belgische overheid wenst blijvend als betrouwbare partner en NAVO-gastland deel te nemen aan deze nucleaire NAVO-capaciteit die ook een positieve invloed heeft op het soortelijk gewicht van België in de internationale (veiligheids)politiek.”
  • “Er kunnen echter vragen gesteld worden rond de inzet van de huidige F-16’s voor de nucleaire ontrading. Deze vliegtuigen bieden niet de gepaste eigenschappen om werkelijk een strategische vector te zijn die nucleaire bommen ongezien bij een opponent kan droppen (via een lage radar signatuur (stealth-karakter), via gerichte elektromagnetische tegenmaatregelen en via een capaciteit om mobiele radars te detecteren en te omzeilen). Dit kan enkel via gevechtsvliegtuigen van de vijfde generatie.”
  • Aangezien alle huidige opdrachten van de 4e-generatie-F-16’s kunnen uitgevoerd worden door een 5e-generatievliegtuig en dit laatste type eveneens bijkomende operaties mogelijk maakt en de Belgische nucleaire capaciteit versterkt, wordt er geopteerd om het huidige ambitieniveau (air policing en de expeditionnaire inzet van twee maal 4 à 6 vliegtuigen vanop twee aparte locaties) verder te zetten via een 5e-generatievliegtuig. Een 5e-generatievliegtuig dat aan de start van zijn ontwikkeling staat en geconcipieerd is voor decennia van doorontwikkeling, biedt De enige beperkende factor voor 5e-generatievliegtuigen is de hoge kostprijs van zowel de aankoop als het operationeel houden die een veelvoud is van deze van de huidige Belgische F-16’s. Maar in een scenario dat vervanging voorziet van de huidige F-16’s van 2023 tot 2030, in een periode waar veel bijkomende investeringruimte en budget voor operationele inzet vrijkomt, levert dit geen probleem op voor de Belgische Defensie. Indien budgettair mogelijk zou het bovendien interessant zijn vanuit een effectieve bijdrage aan de NAVO-nucleaire ontrading om zo snel mogelijk over te stappen op 5e-generatiegevechstvliegtuigen.

Opnieuw blinkt de minister van Defensie uit in het misleiden van het Parlement en de bevolking. Over de nucleaire opdracht van nieuwe gevechtsvliegtuigen is nooit een debat gevoerd. In Nederland werd het debat wél gevoerd, en koos de Tweede Kamer ervoor om hun toekomstige F-35’s niet uit te rusten met een kernwapentaak.

Wat betekent dit voor opvolger F-16?

Technologisch gezien zou elk toestel de kernwapens van de Verenigde Staten die in Kleine-Brogel liggen kunnen dragen. De vraag is of de VS dit ooit zou toestaan? Het is compleet ongeloofwaardig dat de Verenigde Staten de codes om hun kernbommen te vervoeren aan de andere kandidaat-opvolgers van de F-16’s zouden overmaken. De Amerikaanse F-35, de Franse Rafale en de Europese Eurofighter zijn nog (min of meer) in de running, maar wanneer het criterium ‘kernwapens vervoeren’ doorweegt, betekent dit dat enkel de Amerikaanse F-35 in aanmerking komt. Eerder stapte het Zweedse SAAB-toestel uit de race, officieel omdat ze onvoldoende partnerschappen aan ons land kunnen aanbieden. Iedereen wist echter al jaren dat SAAB nooit in een procedure zou stappen waarbij de vraag naar vervoer van kernwapens overeind blijft. Bovendien spreekt de kabinettennota duidelijk over een vijfdegeneratievliegtuig’, en dat is de F-35.

De aankoop van de F-35 zal ons voor nog minstens 40 jaar opzadelen met kernwapens op ons grondgebied. Laat het duidelijk zijn: praten over het bannen van kernwapens is niet genoeg, het is hoog tijd voor België om een concrete stap te zetten. Intussen doet de minister van Defensie net het omgekeerde.

Veel onzekerheden over Deense F-35’s

Het nationaal auditbureau van Denemarken, de Rigsrevisionen, heeft een reeks vragen gesteld over het besluit van de regering om 27 F-35A-vliegtuigen aan te kopen voor een bedrag van 3,1 miljard dollar.

De Rigsrevisionen is de onafhankelijke waakhond van het Deense parlement voor belangrijke uitgaven. Volgens hen zijn de vooropgestelde budgetten te weinig onderbouwd, en zijn bepaalde kosten onderschat. Daarnaast zou de Deense regering te weinig rekening houden met de mogelijke tekortkomingen van het vliegtuig.

Als de vaststellingen van het auditbureau kloppen, zal Denemarken niet langer aan haar vooropgsteld ambitieniveau kunnen voldoen. In dat geval zal men of meer vliegtuigen moeten aankopen, of minder uren kunnen vliegen.

Lees het artikel online.

Wat is de kost van Soft en Hard SLEP?

De Minister van Defensie vroeg vanmiddag uitleg aan de oppositie over de eventuele meerkost om de F16s tot 2029 operationeel en inzetbaar te houden naar aanleiding van de uitspraak van de oppositie dat er bijna geen meerkost is om de vloot 6 jaar langer open te houden.

Onderstaand bericht verduidelijkt de kostprijs voor de Soft en de Hard SLEP op basis van verschillende studies en internationale voorbeelden.

  • Lockheed maakte de analyse hoe lang de Belgische F16 vloot meekan, met een Soft Slep – basisinvestering (studie LM april17)
    De Belgische regering voerde de investering Soft Slep uit in 2016 -2017
  • De Minister van Defensie maakte deze week de studie van LM bekend over de Hard slep, investering om ze nog langer in de lucht te houden zoals de Verenigde Staten het doen. Hard SLEP van de Belgische toestellen block 15 A/B blijkt toch mogelijk te zijn.
  • Ten slotte berekende Lockheed Martin voor Portugal reeds wat de hard SLEP kost voor de blok 15, carrosserie én uitrusting

Deze drie studies tonen aan dat het gebruik van de vloot Belgische F-16’s beantwoordend aan de hoge NAVO-norm meekunnen tot 2029-2035 in plaats van 2023-2028 zoals de regering zei, waarbij de investering achter de rug is en geen grote meerkosten meer moeten gemaakt worden. De nieuwe investeringen waar vaak naar wordt gerefereerd en die overeenkomen met de berekening van Lockheed voor de blok 15, betreffen niet de verlenging met 6 jaar , maar wel -zoals de Minister ook zei- de langere duur tot 27 jaar. Ook de Verenigde Staten, Griekenland, Taiwan en Zuid-Korea laten een Hard SLEP uitvoeren. Portugal en Egypte (beide met eenzelfde block toestellen als die van België) overwegen dit eveneens te doen.

Uit een briefing van Lockheed Martin blijkt dat de Belgische F-16 toestellen op twee manieren een levensduurverlenging kunnen krijgen: de soft en de hard SLEP.

De soft SLEP berekent de severity factor van elk F-16 toestel. Aan de hand van deze factor kan het maximaal aantal vlieguren worden bepaald, zoals het toestel op vandaag is. De soft SLEP bekijkt dus hoeveel langer een vloot kan doorvliegen zonder grote extra investeringen.

De hard SLEP vereist wel een ruime investering, maar is dan ook geen herberekening van het aantal vlieguren op basis van de intensiteit van de vluchten. De hard SLEP is een harde levensduurverlenging. Mits een investering kan de levensduur met ruim 20 jaar worden opgetrokken.

Deze slides als bijlage komen uit een briefing die Lockheed Martin tussen 23 en 26 mei aan haar Europese partners gaf en toont de 2 mogelijke levensduurverlengingen aan.

Lees verder: wat is de kost van Soft en Hard SLEP

Studie 2017 – SOFT SLEP

Studie 2018 – HARD SLEP

 

Hoe oud zijn onze F-16 toestellen?

Onze Belgische luchtmacht kocht doorheen de tijd 160 F-16 gevechtsvliegtuigen. Op vandaag zijn nog 54 toestellen operationeel. Maar hoe oud zijn deze toestellen?

Initieel plaatste ons land een bestelling van 49 F-16 block 15 toestellen. De oudere blocks (1-5-10) zijn op vandaag niet meer inzetbaar. Tussen 1982 en 1983 werden 8 F-16’s B geleverd. Het B type zijn trainingstoestellen. Tussen 1983-1985 werden 41 F-16’s A geleverd. Deze toestellen worden ingezet tijdens operaties en voor het bewaken van ons luchtruim. Tussen 1988 en 1991 volgde een nieuwe levering van 40 A en 4 B toestellen. Op vandaag zijn nog 54 van deze toestellen werkzaam in onze vloot.

Wanneer we de serienummers vergelijken met de nummers uit een officieel document van Lockheed Martin (april 2017) merken we dat het grootste deel van onze Belgische vloot dateert uit de periode 1988-1991. De kolom met kruisjes toont aan welke toestellen nog inzetbaar zijn, al moeten de toestellen met een Severity Factor van 1,025 worden afgetrokken. Concreet bestaat onze vloot nog uit:

  • 17 toestellen type A uit 1983-1985
  • 5 toestellen type B uit 1982-1983
  • 28 toestellen type A uit 1988-1991
  • 4 toestellen type B uit 1989-1990

Dat maakt dat onze vliegtuigen ongeveer dertig jaar oud zijn, en  geen 67 of 60 of 50 jaar oud zoals de minister van defensie beweert. En zelfs geen 40 jaar zoals de n-va voorzitter van de commissie defensie beweert.

Aankoop nieuwe gevechtsvliegtuigen moet meteen opgeschort worden

“Onze huidige F-16’s zijn dringend aan vervanging toe.” Deze stelling wordt door de legertop en door minister van Defensie Vandeput als vast gegeven geponeerd. Zij baseren zich hiervoor op het feit dat onze 54 F16’s oorspronkelijk waren ontwikkeld voor een levensduur van 8.000 vlieguren. Daardoor zouden de toestellen dus uit gebruik moeten worden genomen tussen 2023 en 2028.

Wetende dat de aankoopprocedure enkele jaren in beslag neemt, heeft de regering beslist dat er deze legislatuur zou beslist worden over de vervanging van de F16’s door andere toestellen. Er is enkel ruimte om te discussiëren over welk toestel er in de plaats komt, maar niet over de vraag of zo’n miljardenaankoop wel de enige optie is. Andere opties, zoals een verlenging van de huidige F16’s, kregen geen enkele kans. Meer zelfs, de minister van Defensie heeft meermaals in het parlement verklaard dat een verlenging van de huidige F16’s gewoon onmogelijk is en daar zelfs geen studies over bestaan.

En dus werd er een aankoopprocedure opgestart. Voor een aankoop van 34 vliegtuigen, die ons land 15 miljard euro zou kosten over de volledige levensduur van 30 jaar.

Maar wat blijkt nu? De uitgangspunten van de legertop en de minister van Defensie zijn fout.

  1. De levensduur van de Belgische F16’s bedraagt geen 8000, maar gemiddeld 9500 vlieguren. Dat blijkt uit berekeningen van de fabrikant Lockheed Martin, die de vluchtgegevens van onze F16’s al die jaren heeft bijgehouden en geanalyseerd. De langere levensduur van bijna 20% wordt verklaard doordat de vliegtuigen minder intens hebben gevlogen dan oorspronkelijk gedacht (meer Air-to-Ground in plaats van Air-to-Air) en is mogelijk dankzij het gewoonlijk onderhoud en zonder grote kosten. Gevolg: de vliegtuigen moeten niet uit dienst worden genomen tussen 2023 en 2028, maar tussen 2029 en 2036.
  2. De levensduur van de Belgische F16’s kan daarbovenop zelfs nog eens verlengd worden. Tot zelfs 12.000 vlieguren, waardoor de toestellen 20 jaar langer kunnen gebruikt worden dan vandaag voorzien. Zo’n upgrade kost wel 2 miljard euro (voor 20 jaar), maar dat is dus vele keren minder dan de 15 miljard euro (voor 30 jaar) die nu wordt voorzien voor de vervanging.

Deze informatie is authentiek en blijkt duidelijk uit documentatie van de fabrikant Lockheed Martin. Meer nog, de legertop is al lang op de hoogte van deze informatie. Maar het is duidelijk dat deze info het daglicht niet mag zien omdat ze de miljardenaankoop van nieuwe vliegtuigen in gevaar zou kunnen brengen. Minister van Defensie Vandeput heeft zelfs in het parlement meermaals beweerd dat dergelijke studies niet zouden bestaan.

sp.a eist dan ook:

  • dat de huidige aankoopprocedure meteen wordt opgeschort.
  • dat de verlenging van de levensduur van de F16’s en een upgrade ervan ook als optie op tafel komt.
  • dat de minister van Defensie en de legertop zich verantwoordt in het parlement voor het feit dat zij cruciale informatie voor het parlement en de samenleving hebben achtergehouden en zelfs het bestaan van die informatie hebben ontkend.