F-35 in Nederland: nu al toestellen geschrapt wegens te duur

In Nederland werd jaren geleden de totale investeringskost voor 37 F-35-gevechtsvliegtuigen vastgesteld op 4,6 miljard euro. Nederland voorziet in haar contract met Lockheed Martin dat het investeringsbudget voorlopig niet kan worden gewijzigd. Concreet betekent dit dat wanneer de F-35 goedkoper wordt, er meer toestellen kunnen worden aangekocht voor éénzelfde investering van 4,6 miljard euro. Omgekeerd betekent het natuurlijk ook dat een prijsstijging een negatieve impact op het aantal toestellen kan hebben. En wat blijkt?  De nieuwe staatssecretaris voor Defensie, Barbara Visser,  liet eind 2017 weten aan de Tweede Kamer dat er voorlopig slechts 34 van de 37 toestellen zullen worden aangekocht, omdat de aankoop van 37 toestellen te duur uitvalt.

De dollar is momenteel zo duur dat de Nederlanders de laatste drie toestellen niet kunnen betalen. Nederland stapte jaren geleden mee in het ontwikkelingsprogramma van de F-35, maar het programma heeft jaren vertraging opgelopen en de kosten om het toestel te ontwikkelen bleken veel hoger dan voorzien.

Niet alleen de aanschafkosten zijn onzeker, ook over de toekomstige werkingskosten kan men veel vragen stellen. Jaren geleden voorspelde men de kost per vlieguur voor een F-35 nog op  ruim 7000 euro. Intussen kost een uur vliegen 24 500 euro. Aanhangers van de F-35 verklaren graag dat dit bedrag nog zal dalen, maar op vandaag maken heel wat internationale Rekenkamers zich ernstig zorgen rond deze hoge werkingskost. Om die reden kiezen de Amerikanen een levensduurverlenging voor een groot deel van hun F-16 vloot en denken ze erover na om een nieuw, goedkoper toestel te ontwikkelen. Ter vergelijking: een uur vliegen met een F-16 kost om en bij de 5800 euro.

Ook de Nederlandse Algemene Rekenkamer hamert al jaren op het dichten van deze ‘kloof’ tussen middelen en ambities. De oplossing oogt simpel: de politiek kan aan twee knoppen draaien. Of de ambities drastisch verlagen zodat ze aansluiten op de beperkte middelen, of de middelen stevig laten toenemen, zodat zij passen bij de ambities.

Voorlopig kiest Nederland voor het eerste. Ondanks nieuwe investeringen in andere componenten binnen Defensie, houdt men het voorlopig op een beperkter aantal F-35’s. Op te merken valt dat Nederland met 37 toestellen al amper tegemoet kan komen aan het vooropgestelde militaire ambitieniveau, laat staan met 34 straaljagers. Met 37 toestellen hoopt de Nederlandse regering en Defensie vier stuks in te zetten voor internationale missies. De Nederlandse Rekenkamer betwijfelt of dit ambitieniveau wel haalbaar is. De berekeningen over de inzetbaarheid van 37 toestellen zouden niet helemaal compleet zijn. Nu de bestelling momenteel slechts 34 toestellen bedraagt, zal de inzetbaarheid in internationale missies mogelijks nog beperkter zijn, en laat dat net een vaak gehoord argument zijn voor de aankoop van F-35’s.